home | favorieten | stats | gelinkt door | beheer punt.nl

 

Herinneringen te hooi en te gras
Persoonlijk | 19 September 2006 | 22:46:52
 
Als 'journalist in de vut' wil ik af en toe het toetsenbord nog even beroeren.
Niet om 'nieuws' aan de wereld te melden. Want daar zorgt de jonge garde wel voor.
Als het goed is. Het gaat hier slechts om persoonlijke impressies, spontane oprispingen en persoonlijk gekleurde herinneringen. Bij vlagen (en in flarden) online gezet. Zo herinner ik mij de TT in Assen in vroeger jaren. Dit plaatje vertelt een eigen verhaal.
Reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1103


Nostalgie van Norton
Motor | 18 September 2009 | 14:47:56
Zomaar even een beetje nostalgie. In mijn geboortestad (Motorstad Assen) zinderde de zomerhemel vroeger in de maand juni van onvervulde jongensdromen. De TT was een evenement dat ons provinciestadje een week lang internationaal op de kaart zette. Er kwamen duizenden mensen op af. En op de radio noemde de populaire verslaggever Piet Nortier heel vaak de naam ASSEN.
En dat werd dan gehoord in HEEL Nederland!
Wij, als jochies van een jaar of 10 waren heel erg trots op onze wereldstad.
Op de lagere school kregen wij weken van te voren al  speciale verkeersinstructies mee.
Want het zou weer onvoorstelbaar druk worden in die ene magische week. En daar was de jeugd niet op voorbereid. 'Het zal nog drukker worden dan in Amsterdam', hield hoofdmeester Van Engen ons voor. 'Pas dus goed op als je oversteekt of.. ga deze week maar liever niet op de fiets naar de stad'.
De Asser TT-week.
Wij spraken als jochies van 'de tee tee. Mijn held was Jeff Juke. En mijn favoriete motormerk was Norton. Wij hadden Erdal blikjes aan de fiets. Een blikje, een halve wasknijper en een stevig stukje elastiek. Je maakte het geheel vast aan het voorwiel. En dan had je het geluid van een echte brullende motor!
Aan het stuur hadden wij een rond kartonnen nummerbord bevestigd. En iedereen was altijd nummer 1 natuurlijk.
Voetbal was aan mij niet besteed. Gymnastieken deed ik alleen maar omdat het op school verplicht was. 'Sport was niet mijn ding' zou je er nu van zeggen.
Maar motorracen op de fiets! Daar kreeg ik nooit genoeg van.
Ik had een Norton! Dat merk had voor mij een magische klank.
En, als ik eerlijk ben, ook nu nog ruik ik de heerlijke oliegeur van een gloeiend heet Norton-blok als ik naar onderstaande plaatjes kijk.
 
 
Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 282


Janke Lameris in De Toverkamer
| 19 Februari 2009 | 00:02:41
 
Dit hartverwarmende filmpje van de Drentse zangers Janke Lameris staat op YouTube.
Zij zingt het zelfgeschreven Drentstalige nummer Kleuren in de nacht.
Meer informatie over Janke Lameris is te vinden op www.jankelameris.nl
Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 509


Schrijnende armoede bij de supermarkt
Persoonlijk | 18 Februari 2009 | 23:27:45
Op 10 januari 2008 schreef ik een stukje over een buitenlandse  jongeman die dagelijks  zo’n  8 tot 10 uur lang in de winterkou voor de deur van een supermarkt bij mij in de buurt stond (en staat) te (ver)kleumen. Hij verkocht (en verkoopt) de straatkrant De Riepe die speciaal voor daklozen en zwervers is opgericht.
Ik meende toen nog dat hij het verkoopbedrag van 1,50 per krant zelf mocht houden. Maar dat blijkt niet waar te zijn. De jongeman moet de krantjes eerst kopen voor 1,50 per stuk. Van de verkochte exemplaren mag hij daarna slechts 50 cent in eigen zak steken. De rest  van het geld moet hij afdragen aan de organisatie van De Riepe.  

De jongeman staat elke dag bij een andere winkel in Drenthe of in Groningen. Een of twee dagen per week zie ik hem staan wanneer ik uit het raam kijk of wanneer ik mijn huis verlaat. Op andere dagen staat er iemand anders. Soms zit er een accordeonist. Vaak staat er een meisje van achttien jaar. Al met al is het een trieste aanblik.  Ik vind dat er sprake is van een mensonterende situatie.

Als journalist (in de vut weliswaar) kon ik het niet verdragen dat ik niet wist hoe een en ander zo heeft kunnen ontstaan. Bedelen onder het mom van ‘werken als krantenverkopen/ster’. Ik dacht dat deze diepe armoede uitgebannen was in ons land van melk en honing. (Ja, ja, economische crises – het is erg.) En daarom heb ik mij een tijdlang in de situatie verdiept. Een bescheiden vorm van onderzoeksjournalistiek zou je kunnen zeggen.

Reacties 4 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 980


Een gezinnetje op de kermis
Maatschappij | 17 September 2008 | 23:41:24
           
Zomaar een foto. Van het internet geplukt. Gegevens heb ik er niet bij gevonden. Dus dan maar even fantaseren. Het is zomer 1932. Een vader heeft zijn zoontje op een paard gezet. Het jochie huilt. Links onder zien we zijn tweelingbroertje dat nog niet zeker weet of hij ook een paar rondjes op zo’n briesend paard in die grote draaimolen wil draaien.  Moeder heeft haar handen op het hoofd van haar oudste dochter gelegd. Het meisje  kijkt naar haar vader die schijnbaar nonchalant op zijn sigaartje knabbelt maar die zich even geen raad meer weet met zijn jammerende zoon. Daar gaat je lieve geld. Zal hij Fritsje troosten of zal hij  boos op hem  worden? Zo’n zoon is natuurlijk geen jongen van Jan de Wit. Een kleine aansteller. Dat is ie. Of  gewoon een lief bang kindje? De fotograaf legt het moment vast. Een gezin op de kermis.
Mijn fantasie zegt mij dat het een joodje familie is.  Tien jaar verwijderd van het grote transport. Of nee. Het is een familie die tien jaar later bevoorrecht was in de samenleving omdat vader lid was geworden van de winnende partij en dus veel voordeel genoot. Of nee, toch maar niet. Laat het maar een gewoon gezinnetje zijn dat tien jaar later gewoon onopvallend door het leven ging. Levend in een verscheurde wereld waarin alles gewoon zijn gangetje ging als je niet tot een uitverkoren volk behoorde en/of als je nergens lid van was geworden.  Niet ergens voor en niet ergens tegen.  Ja, laat ik dat maar fantaseren. Want anders komt het niet goed.
We leven nu  76 jaar later later. De paarden van de draaimolen staan misschien ergens in een museum. Of is de hele draaimolen daar wellicht nog te zien? Of draaien de paarden nog steeds hun rondjes op nostalgische kermissen? Zou leuk zijn.  Kermispaarden kunnen behoorlijk oud worden.
Maar de vader en de moeder zijn al lang tot stof vergaan. De  oudste zus en de tweeling zouden heden ten dage nog in leven kunnen zijn.  Wie kan nog zeggen hoe hun leven is verlopen sinds die dag in 1932 op de kermis? Alleen zij zelf kunnen het ware verhaal vertellen. Ik fantaseer hier maar wat. Maar ik weet wel dat zij de wereld in rap tempo hebben zien veranderen.  En de kermissen veranderden in even rap tempo mee. Zullen zij zich nog thuis voelen in onze wereld van Hyves en Ipods en van multivocaal  maandverband met vleugeltjes? Misschien wel.  Zeker als zij in een modern verpleeghuis wonen waarin zij dagelijks per persoon op vaste tijdstippen een flinke lepel  drugs toegediend krijgen (verstopt is appelmoes)  opdat zij de hele dag lekker rustig over vroeger kunnen dromen.
De tweeling, het oudere zusje en ook de andere kinderen op deze foto. Keurig verzorgd. Elke dag een schone luier. Globaal in de gaten gehouden door een verzorgende die er tien van die generatie voor haar/zijn rekening neemt. Ook als zij/hij aan vier van hen de handen al meer dan vol heeft.
Ik dwaal af. Het is een mooie foto. Dat is een ding dat zeker is.
Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 350


Goede vaderlanders
Politiek/Verkiezingen | 16 Maart 2008 | 00:41:24

 
Het was een mooie lentedag - 7 mei 1946. Ik was pas jarig geweest. Om precies te zijn: op 29 april. Ruim een week eerder dus. Het was mijn tweede verjaardag in mijn geboortestadje Assen. Nederland was nog maar pas een jaar weer ‘Het Koninkrijk der Nederlanden’.

Toen ik in 1944 in Assen geboren werd, bestond dat koninklijke rijk niet meer. Mijn wiegje stond daarom in Westland, een in 1940 door Hitler ingepikt deel van wat hij zijn Groot Germaanse Rijk noemde. Maar op 7 mei 1946 was Westland weer gewoon Nederland omdat de geallieerden ons in 1945 hadden bevrijd.

 
Op de Waalsdorpervlakte in dat bevrijde Nederland stond op die 7de mei 1946 een kalende man van 51 jaar voor een vuurpeleton. Over 4 dagen zou hij zijn 52ste verjaardag vieren. Maar hij was op 7 mei nog lang niet jarig. Want de keuze, die hij al voor de oorlog gemaakt had voor de fascistische ideologie van de bezetter, kwam hem nu duur te staan.

Een scherpschutter joeg hem een kogel tussen zijn ogen.  

Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 465


Maandagmorgen half negen
Maatschappij | 10 Januari 2008 | 17:55:17

 
Maandagmorgen half negen. Er staat een jongeman bij de ingang van de supermarkt.

Hij draagt een plastic winterjack en een trainingsbroek.

Op zijn hoofd een wollen mutsje. Hij heeft een buitenlands uiterlijk.

Misschien komt dat ook een beetje door dat mutsje.

Hij praat af en toe in zichzelf.

Hij groet alle klanten van de supermarkt. Vriendelijk en beleefd.

Hij heeft momenteel nog geen geld op zak. Maar dat zal veranderen.

Maandagmorgen half tien.

Hij staat er nog. Het is koud.

Maandagmorgen half elf.

Hij staat er nog. Het is koud.

Maandagmorgen half twaalf.

Hij staat er nog. Het is koud.

Het is januari 2008.

In Nederland. Welvaartsstaat.

De jongeman verkoopt een straatkrant.

Een exemplaar kost 1,50.
 
Maandagmiddag half een. Hij staat er nog. Het is koud.

Maandagmiddag half twee. Idem.

Half drie = idem.

Half vier = idem.

Half vijf = idem.

Half zes = idem.

Half zeven = idem.

Om zeven uur wordt de supermarkt gesloten.

De jongeman heeft deze dag zeven krantjes verkocht.

Hij heeft nu 10,50 op zak.

Maandagavond half acht.

Hij staat aan de zijkant van de winkel. Het is koud.

Winterkou. Hij wacht tot iemand hem komt halen.

Maandagavond half negen. Er stopt een auto. De jongeman stapt in.

Maandagavond vijf over half negen.

De jongeman staat niet meer bij de supermarkt.  

 

Dinsdagmorgen half negen. De jongeman staat bij de ingang van de supermarkt.
Hij draagt een plastic winterjack en een warme trainingsbroek.
Op zijn hoofd een wollen mutsje. Hij heeft een buitenlands uiterlijk.
Hij praat af en toe in zichzelf. Hij groet alle klanten van de supermarkt.
Hij heeft een paar euro op zak. Maar dat zal veranderen.

Hij gaat ook nu weer geld verdienen.

Dinsdagmorgen half tien.

Hij staat er nog. Het is koud.

Dinsdagmorgen half elf.

Hij staat er nog. Het is koud.

Dinsdagmorgen half twaalf.

Hij staat er nog. Het is koud.

Het is januari 2008.

In Nederland - Welvaartsstaat.
 

Dinsdagmiddag half een. Hij staat er nog.

Het is koud.

Dinsdagmiddag half twee. Idem.

Half drie = idem.

Half vier = idem.

Half vijf = idem.

Half zes = idem.

Half zeven = idem.

Om zeven uur wordt de supermarkt gesloten.

Dinsdagavond half acht. Hij staat aan de zijkant van de winkel.

Het is koud. Winterkou.

Hij wacht tot iemand hem komt halen.

Dinsdagavond half negen. Er stopt een auto. De jongeman stapt in.

De auto rijdt weg. Dinsdagavond vijf over half negen.

De jongeman staat niet meer bij de supermarkt.
 

Woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag . Dan staat hij er weer.

Zondag is opnieuw een rustdag.

Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag.
Dan staat hij er weer.

Zondag niet.

En zo gaat het weken door.
 
Iemand heeft dit ooit bedacht. Een welzijnswerker? Een ambtenaar?
Goed idee.
 (?)
Zo kan zo’n buitenlandse jongen een paar centen verdienen.
In onze welvaartsstaat.
 
Ik herinner me een tijd waarin bedelen voor sommige straatarme sloebers
onontkoombaar was. Maar desondanks was het toen verboden.
Veenhuizen is er groot door geworden. Door dat verbod zeg maar.
En vele Nederlander hebben wortels in Veenhuizen.
 

 

Maar dit is geen bedelen. Dit is effectieve dagbesteding.

 
Iemand heeft dit ooit voor deze buitenlandse jongen bedacht.

Een straatkrant verkopen. In kou en regen. Tien tot twaalf uur per dag van het ene been op het andere leunen. Niet warm eten overdag. Tel uit je winst.

Nee, geen twijfel. Dit was en is een Goed plan.

Een Mensonterend Goed Plan!
 

(Voor verder informatie: zie boven: Maandagmorgen half negen….)

Reacties 1 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 525


Een wonderbaarlijk blij gevoel
Persoonlijk | 23 Juni 2007 | 15:22:42

Het was in de zomer van 1948. We reden de Molenstraat uit. ’s Morgens om een uur of negen. We hadden proviand mee, voor onderweg, en mijn vader had bandenplakspul in de fietstas. Wij gingen op de fiets van Assen naar Groningen. Mijn vader, mijn moeder, mijn broertje en ik.

Mijn moeder had een zitje voorop haar fiets. Daarin zat mijn broertje. Ik zat achterop de bagagedrager van mijn vader. De fietstassen beschermden mij, zodat ik niet met mijn voeten tussen de spaken zou komen. Dat was al eens gebeurd. Met een jochie uit onze straat die bij zijn vader achter op de fiets zat. Zonder fietstassen. Een bloederig verhaal over een bot dat door het vlees naar buiten stak.

Wij reden zo’n dertig kilometer in de stralende zomerzon, via Vries, Haren en Helpman naar Groningen. Onderweg pauzeerden we een paar keer om wat te drinken. Water of ranja.

Er was die dag markt in Groningen en daar wilde mijn moeder handdoeken en theedoeken kopen. Ze had een advertentie gezien in de Provinciale Drentsche en Asser Courant. Handdoeken en theedoeken van goede kwaliteit, tegen lage prijzen. En een stofje voor een zomerjurk. Dat wilde zij ook kopen.

De oorlog was voorbij. Nederland was nog maar net begonnen aan de nationale klus die later omschreven zou worden als 'de wederopbouw'. Overal waar gevochten was, en/of waar bommen waren gevallen, lagen in het bevrijdingsjaar 1945 grote puinhopen steen, hout en glas. De oorlog had inktzwarte sporen nagelaten. Maar het grofste puin was in 1948 wel al zo’n beetje geruimd. 
De grote puinhoop, die aangericht was in de zielen van vele duizenden mensen die zwaar hadden geleden onder het oorlogsgeweld, was er nog wel. Dat geestelijke puin zou, naar later is gebleken, in vele gevallen pas geruimd worden op het sterfbed van de getroffenen.
Je kunt een kapotgeschoten stad herbouwen. Maar je kunt een Asser meisje, dat als enige van haar familie teruggekomen was uit een vernietigingskamp in Polen, nu eenmaal nooit een nieuwe familie geven.

Ik herinner mij hoe wij in Groningen bij de Martinitoren liepen. Daar zag je kale terreinen waarop brokkelige restanten van kapotgeschoten muren in het zonlicht stonden te treuren.

Voor mij, als jochie van vier, waren die platgebombardeerde vlaktes erg groot. Maar het waren (achteraf beschouwd) toch eigenlijk gewoon potentiele bouwkavels.
De stad Groningen was tijdens de bevrijding tamelijk zwaar getroffen. Maar de vernielingen die aan het begin van de oorlog in Rotterdam waren aangericht waren vele malen groter.

En van Dresden (om maar eens een gebombardeerde Duitse stad te noemen) was vrijwel niets overbleven. (Over Hiroshima en Nagasaki hebben we het eerder al gehad).

Ach ja. Wat is erg? Alles is betrekkelijk.

Nog steeds herinner ik mij de ongeschonden top van de statige Martinitoren (de Olde Grieze) die zich Grunnings-ongenaakbaar aftekende tegen de helderblauwe lucht.

Hoog verheven boven de troosteloze wonden die de oorlog in het Groningse stadsbeeld van 1948 had achtergelaten. Een teken van onaantastbaarheid. Wijzend naar de hemel.

En ik weet nog dat ik toen, in die heerlijk warme zomerzon, een wonderbaarlijk blij gevoel kreeg van die toren.  

 

Reacties 3 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 588


Richard Tauber
| 06 December 2006 | 00:28:54
 
 
Mijn moeder was, als meisje, idolaat van Richard Tauber. Zij was een bakvis, zoals dat in die tijd nog heette, in de jaren dertig van de vorige eeuw.
En zij droomde van eeuwigdurende liefde.
Richard Tauber was al een volwassen man van 33 jaar toen mijn moeder geboren werd.
Hij was een joodse Oostenrijkse tenor, wereldberoemd al in die tijd, en zeer geliefd bij vrouwen. Zijn stem was gevuld met warmte, weemoed en intimiteit.
Mijn moeder had als meisje eens een film gezien waarin hij een romantisch lied zong.
En ze hoorde haar idool soms zingen via het radiotoestel dat haar vader omstreeks 1930 had aangeschaft.
Een eigen radiotoestel.
Dat was wat in die tijd.
  
Richard Tauber.
Toen ik zelf zijn stem voor het eerst hoorde was ik vijf.
Mijn moeder was al enkele jaren geen bakvis meer. Ze was op haar 18-de getrouwd met een man, die 12 jaar ouder was. Een harde werker. Een beste kerel.
Maar romantiek was hem vreemd.
 
Hun eerste kindje was tijdens de geboorte gestikt.
Mijn vader werd geroepen door de vroedvrouw die hem (hij was immers 'maar een man') bazig naar het achterkamertje had verbannen toen zij verwachte dat de ontsluiting snel op gang zou komen. Maar nu riep zij hem terug, om de nageboorte in de tuin te begraven en om het lijkje, in een wiegje achter een gordijn, voor mijn moeder te verbergen.
 
Mijn moeder stond vervolgens jarenlang bol van wanhoop en verdriet.
 
Twee jaar later, toen ik geboren werd, was dat verdriet nog lang niet over.
 
Wij stonden achter ons huis, aan de Molenstraat in Assen. Het was een zwoele zomeravond in 1949. Mijn vader had een opwindbare grammofoon gekocht, op een boeldag in Veenhuizen.
Hij was er mee naar huis gefietst, voorzichtig, want de grote zwarte platen die er bij hoorden waren breekbaar als glas.
Onderweg, aan de Norgervaart, had een kennis van hem, die daar woonde in een zelfgebouwd keuterijtje, hem drie gulden winst geboden als hij het apparaat meteen aan hem zou doorverkopen.
Maar mijn vader had resoluut geweigerd. Hij wilde de grammofoon eerst aan mijn moeder laten zien en horen. Pas daarna zou er over mogelijke verkoop onderhandeld kunnen worden.
Maar dan moest de liefhebber zijn bod op zijn minst verdubbelen.
Hetgeen later inderdaad gebeurde.
Ik weet nog hoe de grammofoon achter op een fiets werd gezet.
Muziek was mooi. Maar brood op de plank was nog veel mooier.
 
Mijn vader toonde zijn buit trots aan zijn gezin en aan opa en opoe (zij waren onze buren) die begrepen hadden dat er iets bijzonders stond te gebeuren en die braaf mompelden dat het een wel heel bijzonder mooie grammofoon was.
Wij stonden in een kring om het apparaat heen. Het pronkte in de avondzon, pal naast het gootje dat midden door ons klinkerstraatje liep, toen mijn vader kundig aan de slinger draaide en voorzichtig een grote zwarte plaat op de draaischijf legde.
 
En toen klonk er opeens een gloedvolle stem achter ons huis.
Een mannenstem, die uit een onpeilbare diepte naar boven leek te vloeien, gehuld in een doorschijnende mantel van rustgevende ruis en zacht-knetterende sterrenstof.
In het midden van de plaat draaide een rood etiket zo snel rond dat ik geen letters meer kon onderscheiden. Ik werd er een beetje duizelig van.
 
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik een menselijke stem die vanuit de schurende groeven van een onbezield apparaat tot leven kwam.  
 
En toen zag ik dat mijn moeder zachtjes huilde.
'Wat erg dat hij dood is', snikte ze. 'Hij kon zo mooi zingen. En hij was nog helemaal niet oud'.
 
Richard Tauber.
 
Ik keek naar die draaiende plaat en zocht naar een teken van leven, diep in die zwarte groeven. Misschien zou ik er een raampje in kunnen ontdekken. Een poortje, waardoor ik in die andere wereld zou kunnen kijken. In die wereld die 'de dood' heette en waarin je niet meer bestond maar van waaruit je blijkbaar toch nog je stem kon laten horen.
 
Het was een wonder.
De stem van een overledene, wiens lichaam al begraven was, maar wiens stem nog ergens in een diepe onzichtbaarheid mocht voortleven.
 
En dat, op een zwoele zomeravond in Assen, in 1949.
Richard Tauber was toen nog maar net anderhalf jaar dood.
 
De volgende dag pakte ik de plaat voorzichtig van het dressoir toen mijn vader naar de fabriek was en mijn moeder buiten met opoe stond te praten.
Ik legde mijn oor op de groeven en luisterde ademloos.
Maar ik hoorde zijn stem niet.
En toch wist ik toen al, dat de dood niet echt bestaat.
Reacties 4 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 810


Man en Vrouw schiep Hij hen
Persoonlijk | 28 Oktober 2006 | 14:41:43

 
In die zelfgebouwde schuilhut onder de fruitbomen in onze tuin zaten mijn grootouders en mijn ooms en tantes (laatstgenoemden waren toen nog tieners) in het pikkedonker naar het geluid van oprukkende gevechtsvoertuigen te luisteren.

Ver buiten ons stadje werd er af en toe geschoten met zwaar geschut. 

Mijn vader vertelde er later wel eens over.

Dat geluid.

Het was net als met onweer. Zolang het alleen nog maar in de verte rommelde was er niets aan de hand. Maar o wee als het dichterbij kwam.

Je wist natuurlijk nooit waar de bliksem zou inslaan.

En als er oorlog is, dan kun je ook nooit zeker weten of jouw huis wel gespaard wordt.

Zelfs de geallieerden konden zich immers vergissen!

Dat was in Assen al eens gebleken toen een Engels vliegtuig, midden in de bezettingstijd, en ook nog op klaarlichte dag, zomaar bommen liet vallen op huizen waarin gewone burgers woonden. Er lagen ontzielde en verminkte lichamen onder het puin.

 

Mijn vader vertelde na de oorlog ook wel eens over die zelfgebouwde schuilhut onder de fruitbomen. En zodoende weet ik dat hij er (als de al getrouwde, en al zelfstandig wonende zoon van opa en opoe) in eerste instantie alleen met zijn eigen familie in zat.

Dat wil dus zeggen: zonder mijn moeder en mij.

Zijn vrouw (mijn moeder dus) had namelijk weinig vertrouwen in de bouwkunsten van haar schoonfamilie. En zij vreesde daarnaast dat de geallieerden, als zij Assen zouden bevrijden, die schuilhut wel eens zouden kunnen aanzien voor een grote schuttersput van de moffen. Mijn moeder was een doordenkertje.

En ze had (volgens mij - achteraf) gelijk.

 
Want als de bevrijders er een paar handgranaten op hadden gegooid, of als ze er even stevig met een vlammenwerper overheen zouden zijn gegaan, dan zou de hele familie in die gammele bunker gegarandeerd in vlammen en rook zijn opgegaan.
 
Mijn moeder was er van overtuigd dat het veel veiliger voor ons was als wij ons in het keldertje onder ons huis zouden verschuilen.

En zij negeerde dan aanvankelijk ook de bevelen van opa, en zelfs ook die van haar man, om zo snel mogelijk, samen met mij, naar de schuilhut te komen.

Zij weigerde!

 
Een vrouw, die zich openlijk tegen de wil van haar man verzette. Dat was in die jaren nog een doodzonde in Drenthe.

Zo’n man was een loser, een watje en een lulletje rozenwater, hoewel men er die namen in die tijd nog niet aan gaf.

Men zei toen nog dat zo’n vrouw de broek aan had en/of dat zij haor op de koezen had.

Over zo‘n man werd meesmuilend gefluisterd dat hij ‘er bij in zat’.

(‘Zijn aanwezigheid in de echtelijke sponde werd slechts gedoogd’, zouden wij nu wellicht zeggen).

 
Mijn vader was een jongen van de vlakte.
Maar mijn moeder was geboren en opgegroeid in ons eigenzinnige ambtenaren-stadje en zij had, als dienstmeisje voor dag en nacht, zelfs al bijna een jaar lang bij een bemiddelde familie in Den Haag gediend.
Zij was dus al bijna een vrouw van de wereld!
 
Eigenlijk had ze heel graag in het Westen willen blijven.

Maar de oorlog dreef haar terug naar Assen, waar ze zich veiliger voelde bij haar eigen familie dan in die grote stad, in die nog voelbaar voortsudderende wereld van Couperus, waarin zij slechts de status had van een laag opgeleid, naïef, en steevast de noordelijke n inslikkend dienstertje uit het veraf gelegen en 'onder-ontwikkelde Drenthe'.

 
Mijn moeder was een bijzonder vrouwelijke vrouw.

Ze was zo echt en zo puur als alleen vrouwelijke vrouwen maar kunnen zijn.

Met een tienerhoofdje dat vaak boordevol zat met beelden en gedachten.

Zij was een vrouw die een diep verlangen naar romantiek en liefde in zich meedroeg.

 
En daar liep dan mijn vader naast.

Tja.

Zo mannelijk als mannelijke mannen maar kunnen zijn.

Romantiek was hem vreemd. En het begrip liefde kende hij, vanuit zijn gereformeerde jeugd, alleen maar als ‘de liefde van God’ die ‘heel erg mooi was - voor later - in de hemel’, maar waarvan je niet kon eten als je op de aarde moest zien te overleven als jongen van de vlakte, in een tijd van grote schaarste en van oorlog, onrecht en tomeloos geweld.

 
Man en vrouw schiep Hij hen.

En zij waren meteen al, in diepste wezen, totaal verschillend van elkaar.

In de Hof van Eden al.
En in die appeltuin in Assen, in het prille voorjaar van 1945, waren die essentiële verschillen tussen man en vrouw nog steeds niet verdwenen.
 
Bij lange na nog niet.
 
En nu, ruim zestig jaar later, is er op dat gebied ook nog maar weinig veranderd.

Ik ken hedendaagse jonge mannen bij de vleet die in diepste wezen slechts ‘gedresseerde mannetjes van de vlakte’ zijn. En ik ken jonge vrouwen bij bosjes die een hartverwarmend-beschaafde vrouwelijke vrouwelijkheid in zich meedragen.

De strijd tussen die twee varianten van Stoffelijk Zijn kan nog eeuwen voortduren dus.

Het is niet anders.

 
Hoewel... In de loop der eeuwen zijn er toch ook tussenvormen ontstaan die belangrijke aspecten van beide schepselen in zich zelf vertonen en/of verenigen.

Ik doel hier op ‘de vrouwelijke man’ en ‘de mannelijke vrouw’.

Zijn zij misschien de creaties die uiteindelijk (ooit eens - zeg maar, het hoeft niet nu meteen te gebeuren) mogen terugkeren naar de bronzuivere Hof van Eden?

Volgens de formule E = MC kwadraat. Oftewel: E = MV kwadraat?

 

Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 783


Het bloedrode laken
| 22 Oktober 2006 | 00:26:51
 
Toen wij in die schuilkelder zaten, in april 1945, was ik nog maar net een jaar op deze wereld.

De geallieerde soldaat, die in onze straat een Duitse militair had gearresteerd, was misschien 24 jaar ouder. Hij was, vanaf de kusten van Normandië naar Assen gekomen om er te sterven.

Het ging als volgt.

Buren kwamen ons vertellen dat er een Duitser met zijn handen omhoog tegen het geveltje van het winkeltje van Saartje Bolt stond. En midden op de straat stond die geallieerde soldaat met zijn geweer in de aanslag. De loop was op de borst van zijn Duitse tegenstander gericht.

Mijn familie kwam uit de schuilkelder naar buiten om dit wonder met eigen ogen te aanschouwen. Was het dus werkelijk afgelopen met de overmacht van de moffen?

Hadden de geallieerden Assen werkelijk bevrijd?!

Mijn moeder droeg mij in haar armen toen wij met zijn allen op het trottoir stonden en er alom blijdschap voelbaar was over deze hoopgevende vertoning. 
 
Maar toen liet de geallieerde soldaat zijn wapen zakken. Hij gebaarde naar de Duitser dat die zijn pistool op de grond moest gooien.

De Duitse soldaat liet zijn armen zakken en trok zijn pistool uit zijn gordel.

En toen schoot hij de geallieerde soldaat dood.
 
Ik weet niet zeker of ik mij dit schouwspel werkelijk herinner. Maar ik was er wel bij toen het gebeurde. En ik draag vage beelden in mij mee van mensen die vreselijk verdrietig en boos waren.
 
Er kwamen andere geallieerde soldaten aangelopen, vanuit de Kattengang. Zij zagen wat er zojuist was gebeurd en richtten hun wapens op de Duitser. Hij gooide zijn pistool op straat en stak zijn handen in de hoogte.

 Twee geallieerde soldaten duwden hem met zijn rug tegen de muur van het winkeltje.

Ze deden enkele stappen terug en maakten aanstalten om hem te executeren.

Maar toen greep een derde militair in. Misschien was hij hoger in rang. Wie zal het zeggen.

De executie ging in ieder geval niet door, en de Duitser werd afgevoerd als krijgsgevangene.

 

Uit het huis van onze buren werd een laken gehaald. Een vrouw bedekte het dode lichaam er mee. Ik zie nog hoe het laken rood werd. Dat ging heel snel. 
 
Herinneringen.

Soms zijn ze echt. Maar vaak ook zijn het slechts beelden van gebeurtenissen van horen zeggen.

 Er werden veel bloederige verhalen verteld in die tijd.Misschien heb ik later, toen ik een jaar of vijf was, beelden gevormd bij die verhalen en heb ik het dus toch niet echt zelf zien gebeuren.

Maar hoe dan ook: het is wel zeker dat ik er bij was toen het gebeurde.

Veilig in de armen van mijn moeder, die zich over dat bloedrode laken boog en die daarbij zachtjes huilde.

De beelden, die ik nu als vage schimmen in mijn verbeelding voor mij zie, zijn al heel lang niet schokkend meer voor mij.

Hoe kan het ook anders.

Wij leven immers meer dan zestig jaar verderop in de tijd.
Het gaat mij nu dan ook alleen nog maar om de vraag of het mogelijk is dat een kind van twaalf maanden in principe in staat is om gebeurtenissen te registreren die hij of zij niet rationeel kan bevatten. De deskundigen spreken elkaar (ook) op dit gebied tegen.

Volgens sommigen wordt alles wat wij met onze zintuigen registreren voor de rest van ons leven opgeslagen in een geheugenbank. Dat registratieproces zou al in de baarmoeder beginnen. Anderen wijzen deze opvatting beslist van de hand.

Wie het weet mag het zeggen.
Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 733


Honden lijken soms op mensen
Persoonlijk | 14 Oktober 2006 | 22:01:13
Mijn hondje is een kleuter. Wanneer wij in het bos wandelen dartelt zij vrolijk om mij heen.

Af en toe rent ze weg. Op een splitsing van bospaadjes blijft ze vragend staan.

Twee kogelronde oogjes peilen mijn houding en mijn lichaamstaal.

 Als ik glimlach gaat het staartje wapperen. Als ik te vriendelijk ben rent ze meteen nog een eind het bos in zodat ik in de verte alleen nog een pluizig bolletje tussen het herfstige struikgewas kan zien.

‘Hoe ver kan ik gaan?’

 Dat is de vraag die zij zichzelf blijkbaar voortdurend stelt.

Als ze in de verte een stevige herdershond hoort blaffen rent ze met een noodgang in mijn richting. Met gierende bandjes botst ze tegen mijn benen en vervolgens zet ze haar modderpootjes dwingend op mijn lichtkleurige broekspijp.

‘Til mij op’, vragen de oogjes.

Ze weet nog niet dat een man geen angstige hondjes optilt als zij menen dat er gevaar dreigt.

Onder het motto ‘wij zijn geen mietjes’ doe ik haar aan de lijn.

 Samen stappen we verder.

 Het gehijg van de herder komt dichterbij.

Mijn hondje gaat alvast op de rug liggen en ik trek haar zo een eindje mee, als een lekkend zeilbootje met vier trillende mastjes.

Dan is de herder ter plaatse. Een grote dropneus snuffelt bazig aan het halfblote buikje van een zeer onderdanig teefje.

Als de herder gromt sta ik op scherp. Klaar om het beest met een goedgevulde karateklap naar de eeuwige jachtvelden te verwijzen. Ik zie het schedeldak als splijten.

Dan komt de baas van het monster ter plekke.

,Hij doet niks hoor’, klinkt het geruststellend.

Even later loopt mijn hondje weer los en onderzoekt ze weer, iets voorzichtiger nu, hoe ver ze kan gaan.

Aan de rand van het bos komen we een oudere dame tegen die een piepjong poedeltje probeert te leren wat zit en af betekent.

Mijn hondje neemt plotseling een houding aan die ik nog niet van haar kende.

Het poedeltje kijkt nog met wazige peuteroogjes de wereld in en gaat timide op de rug liggen.

Mijn Boomer lijkt opeens zeer stoer en onverschrokken.

Zij doet bij de poedel wat de herder deed bij haar.

Zij is de baas, en dat wil ze weten ook.

Honden lijken soms heel veel op mensen.

Reacties 2 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 885


Vadertje Tijd
Beauty | 06 Oktober 2006 | 23:53:11
 
Even voorstellen. Een nieuw gezicht in glamourland. Geschikt voor alle soap’s en series.

Wonderbaarlijk mooi en lief. Dit meisje gaat het helemaal maken. Haar naam is Tara Twain.

Op deze foto toont zij zich van haar meest ingetogen kant. Een deel van haar persoonlijkheid is vastgelegd. Maar zij heeft ook andere kanten, die haar tot een zelfstandige en mondige vrouw van de wereld maken. Weerbaar en toch soms ook kwetsbaar. Mooier kan het niet. Deze geboren Amerikaanse liet dit portret maken in Parijs, waar zij als toeriste langs de bekende plekken dwaalde. De fotograaf (Erwin Blumenfeld) legde haar integere schoonheid vast.

En nu bestaat zij voor eeuwig.

(Deze foto werd gemaakt in 1935).

Reacties 7 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1055


De bunker in de tuin
Persoonlijk | 05 Oktober 2006 | 00:09:10
 
 
Ik herinner mij een vorig leven. Nou ja… zo lijkt het soms. Dat vorige leven speelde zich af in de vorige eeuw. In gedachten ga ik wel eens naar dat leven terug.

Ik weet dan heel zeker dat ik in die tijd de zelfde geest in mij meedroeg die ook nu nog in mij leeft.

Ik herinner mij een straat. En ook een huis. En achter dat huis een tuin. En in die tuin een schuilkelder.

Het was in Assen. Een slapend provinciestadje.

In 1945.

Eigenlijk is het onmogelijk dat ik mij die schuilkelder herinner. Maar het is waar.

Ik weet nog goed dat ik er in zat.

Tijdens de bevrijding van Assen floten er kogels door de lucht. Ik herinner mij een fluitende toon in de donkere nacht. Er heerste grote spanning onder de volwassenen. Opa en oma, ooms en tantes en mijn vader ook; iedereen rende naar die schuilkelder die door mijn vader en opa in de tuin was gebouwd. Een gat in de grond, met een dikke laag takken en zand er overheen.

Mijn moeder hield mij in haar armen. Ik voelde haar paniek. Zij wilde niet mee met de anderen. Zij had geen vertrouwen in die donkere schuilplaats in de tuin.

Zij daalde met mij het trapje af van de kelder van ons kleine huis. En in die kelder zaten wij samen te schuilen voor kogels en bommen. Totdat de anderen ons kwamen halen.

En toen gingen ook wij naar die bunker onder de appelbomen.

Samen uit, samen thuis. Er zat niets anders op.
 
Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 977


Ayaan
Boek | 30 September 2006 | 00:29:14
 
Herinneringen zijn soms net zo pijnlijk als open wonden. Ieder mens weet uit ervaring dat dit waar is. Want ieder individu heeft zo haar/zijn pijnlijke herinneringen.

Gisteren zag ik Ayaan bij Pauw en Witteman. Zij vertelde over haar boek, dat een internationale bestseller schijnt te worden. Het gaat voor een deel over Ayaan’s jeugd, waarin zij vaak ongelukkig is geweest.

Zo werd zij besneden, geslagen en uitgehuwelijkt. Hoewel Rita Verdonk haar uiterste best heeft gedaan om Ayaan aan de schandpaal te nagelen als illegaal in ons land verblijvend leugenaarster, heeft de integriteit van Ayaan voor mij geen enkel deukje opgelopen.

Ik geloof haar nog steeds op haar woord als zij vertelt over hetgeen haar vroeger (als Islamitisch meisje) in Afrika is overkomen.

De reden daarvoor ligt in de eerste plaats in het feit dat Ayaan Hirsi Ali een buitengewoon intelligente, buitengewoon beschaafde en buitengewoon integere persoonlijkheid is.

Dat blijkt uit haar woorden, haar gedachtengang, haar ethiek en haar moraal.

Zij is te vergelijken met een mega-vrouw als Etty Hillesum. Beiden zijn zij grote geesten in een bekrompen wereld.

Etty heeft het barbarisme van de westerse cultuur, dat in haar tijd monsterlijke vormen aannam, niet overleefd. Maar haar geest leeft voort in de geschriften die zij ons naliet. Boeken, die tot de verplichte literatuur in het hoger onderwijs in het Westen zouden moeten behoren. Ayaan liet bij Pauw en Witteman zien dat zij over een zeer diepe innerlijke wijsheid beschikt. Ik kreeg niet de indruk dat de beide interviewers daarvan onder de indruk waren.

Als kijker was ik dat wel. De pijnlijke herinneringen van Ayaan Hirsi Ali hebben haar blijkbaar tot een rijp, liefdevol, trouw en standvastig mens gemaakt.

Zij draagt verschillende pijnplekken in zich mee. Maar zij probeert niet om die pijn met wie dan ook te delen. ‘Je herkent het of je herkent het niet’. Dat is haar credo, en daar kan zij goed mee leven. Zelfmedelijden is haar vreemd. Eenzaamheid hoort bij haar wezen.

Haar inlevingsvermogen is zeer sterk ontwikkeld. En ook haar rechtvaardigheidgevoel is groot.

Zij is een fantastisch mens, dat het waard is om (mede) leiding te geven aan onze wereld.

Ze schijnt nu te werken voor een organisatie die in de pers wordt omschreven als ‘een conservatieve denktank’. Wat dat ook moge zijn: zolang Ayaan er deel van uitmaakt vertrouw ik die denktank en is het begrip ‘conservatief’ voor mij voorlopig neutraal.

Wat ik met dit stukje wil zeggen?

Nou gewoon.

Dat het blijkbaar tot iets moois kan leiden als een mens haar/zijn pijnlijke ervaringen en schrijnende herinneringen weet om te zetten in wijsheid en kracht.

Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 899


Bij nader inzien
Ikbennieuwhier | 26 September 2006 | 01:29:47
 
 
Natuurlijk maak je jezelf niet populair met zo’n stukkie over die tweeling-torens.

Maar waarom zou je ook streven naar populariteit? Misschien ‘om er bij te horen?’

Tja. Dat zou kunnen. Maar dat heb ik al bijna levenslang gedaan. Iedereen wil altijd graag ‘ergens bij horen’. Ik dus ook.

Zeldzame types, die dit verlangen niet kennen, worden meestal beschouwd als zonderlingen.

Vreemd volk.

Hoewel..

In het meest gunstige (zeldzame) geval zijn zij voortrekkers, in de ogen van de aangepasten. Dan bestaat voor hen de mogelijkheid dat het volk hun eigenzinnigheid respecteert en dat men (soms zelfs) tegen hen opkijkt. Iemand die nergens bij wil horen kan zowel een verliezer als een profeet zijn. Het is een dubbeltje op zijn kant.

Iemand als Nietzsche bijvoorbeeld. Of misschien ook wel iemand als Pim Fortuyn.

Een profeet of een verliezer.

Wie zal het zeggen.

Zo was er ooit eens een man die een stad binnenreed op een ezeltje. Vrijwel iedereen reed in die tijd op een kameel of op een paard. Maar deze man sleepte, zonder klagen, met zijn voeten over de stoffige keien omdat een ezeltje nu eenmaal kleiner en dus lager is dan een paard of een kameel. Maar wel veel goedkoper in onderhoud en zo.

Als deze man in onze tijd een stad zou binnenrijden dan zou hij dat misschien doen in een 40-kilometer-autootje.

Ik zie het al gebeuren. Zo’n man, die nergens bij wil horen, en die dus ook geen boodschap heeft aan status en aan aanzien. Hij zou er volgens mij geen moeite voor doen om populair te worden. Hij zou gewoon zijn ding doen. Meer niet.

Zo’n man in zo’n autootje zou natuurlijk wel eens een profeet kunnen zijn. Net als die man op dat ezeltje indertijd.

Maar niemand zou hem serieus nemen. Ook al zou hij goddelijk-mooie verhalen vertellen.

Nou ja, misschien zou er een handjevol freaks naar hem luisteren.

Want freaks zijn nu eenmaal (ook) een beetje gek.

Maar de massa zou pas naar hem opkijken als hij zou beseffen dat leugenachtigheid en opportunisme beter verkopen dan eenvoud en betrouwbaarheid en als hij bereid zou zijn om dat inzicht te gelde te maken.

Hij zou dan moeten meehuilen met de wolven in het bos.

Ik ben eigenlijk wel benieuwd of die man op dat ezeltje, als hij morgen ge-reincarneerd en wel, in een veertig-kilometer-autootje door de straten van Jeruzalem zou rijden, opnieuw voor de betrouwbare weg zou kiezen. En of hij zichzelf dan desnoods opnieuw zou (laten) offeren aan Het Eeuwige Licht van De Waarheid als men hem (opnieuw), vanwege zijn eigenzinnige betrouwbaarheid, zou willen doden.

Ik weet dat niet.

Zelf zou ik het niet doen, als ik hem was.

Want ik geloof niet dat de mensheid een dergelijke tweede liefdesdaad verdient.

Wij willen immers belazerd worden.

Dus… tja.

Die tweelingtorens. Dat is echt verschrikkelijk. Dat is een keerpunt in de geschiedenis van de mensheid. De wereld is voor eeuwig veranderd na 11 september.

 
Zo goed?

   

 
Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 870


Tweeling-Torens
Bizar | 20 September 2006 | 00:12:46
 
De herinnering aan die vliegtuigen die de tweeling-torens doorboorden. Die staat op mijn netvlies gebrand, als een internationaal incidentje dat we snel zullen vergeten.

Al die mensen, die nu zo vreselijk aangeslagen lopen te jammeren dat ‘de wereld nooit meer zal zijn zoals ie voor 11 september was…’

Ach. Zij weten niet beter.

Oppervlakkigheid regeert het heden. En nadenken over het verleden is er blijkbaar niet meer bij. Volgens mij veranderde de wereld namelijk al veel eerder. Door de holocaust al.

En ook, na die twee atoombommen, die op twee Japanse steden werden gegooid. Steden vol mannen, vrouwen, kinderen, zieken, bejaarden, tieners, zwangere vrouwen, jonge moeders en heel veel baby’s…

Ik zal maar geen getallen noemen van doden en gewonden. De getallen van 11 september wegen immers zwaarder. Want Koning Onbenul regeert de media.

Toen die atoombommen werden gegooid. Toen veranderde er zeker wat in de wereld. Want dat had niemand voor mogelijk gehouden. Dat het beschaafde deel van de mensheid ooit dergelijke bommen zou maken. En dat die bommen, vooraf gezegend en al, ook daadwerkelijk zouden worden gebruikt.

Daarna is het niet meer goed gekomen met de wereld.
Of toch wel?
Misschien is er geen enkele gebeurtenis groot genoeg om de wereld definitief te veranderen. Alles gaat gewoon zijn gangetje. En op elke rokende puinhoop wordt vroeg of laat een gezellige kermis gebouwd.
Die twee torens?
Ach.
Die kunnen er ook nog wel bij.

Maar.. zijn wij echt zo seniel geworden dat wij werkelijk menen dat er voor 11 september een veilige wereld bestond?

Reacties | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1062


Home   weblog sinds: 2006-06-30

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.